Home Praktijk verhalen
Even een glaasje halen PDF Afdrukken E-mailadres
Een meneer die al vele jaren klant van ons is, bezocht ons voor oogmeting. Het lezen werd minder, maar dat mocht ook wel want de leesbril (montuur) ging al 12 jaar mee, en de glazen waren tussentijds eens vervangen, en nu al 6 jaar oud.
Tijdens het oogmeten ontdekte ik dat, ondanks de goede gezichtsscherpte, er een redelijke hoeveelheid staar aan het linker oog was ontstaan.
Staar is niet een ernstige aandoening, het komt bij de meeste vijftig-plussers in een bepaalde mate voor.
Tegenwoordig kan iemand met staar uitstekend geopereerd worden, en dan is het beeld weer helder. Staaroperaties zijn bijna dagelijks werk voor de meeste oogartsen. De aandoening is lastig omdat het beeld grijzer en bruiner en minder scherp wordt. De gezichtsscherpte daalt en op een gegeven moment wordt lezen, autorijden en tv kijken minder prettig. Na de staaroperatie is de wereld om je heen weer scherp, helder en 'schoon'.
Er zijn verschillende soorten staar, en met name de kern-staar karakteriseerd zich door een verandering van oogsterkte. Het brilleglas moet negatiever. Dus, bijvoorbeeld iemand met -2 wordt -3, iemand met +2 wordt +1.
De klant de nu met zijn leesprobleem kwam moest voor één oog een minder sterk glas, terwijl zijn andere glas juist sterker moest. Ik vertelde hem dat hij rekening moest houden met het feit dat, door de staar, de sterkte in de komende maanden nog wel eens kon veranderen. En dat, gezien het feit dat zijn gezichtsscherpte verder goed was en hij geen andere klachten had, het wellicht te vroeg was voor een staaroperatie.
De klant besloot toch nieuwe glazen in de leesbril te laten zetten, en 'aan te zien' hoe lang dezen zouden voldoen.
Dit soort staar klachten zijn soms best lastig in te schatten. Veel mensen scoren goed met de gezichtsschertpe, vertonen een milde vorm van staar die doorgaans nog vele jaren nodig heeft om in het 'operatie-stadium' te komen, maar soms neemt de ontwikkeling van staar een spurt, en moet je geopereerd worden.
Na een staaroperatie heb je vrijwel altijd een andere oogsterkte. Als je dan nog niet zo lang nieuwe glazen of een nieuwe bril hebt, dan is het soms zuur om weer in de buidel te moeten tasten. Tenslotte kan niemand er iets aan doen, de klant niet, de opticien niet, de oogarts niet. Het zou mooi zijn als de zorgverzekeringen in dit soort gevallen een uitzondering maken en de kosten van vervanging van glazen na een staaroperatie vergoeden.
 
In de familie . . PDF Afdrukken E-mailadres
Op een zaterdag trof ik voor lenscontrole een meneer van 35. Hij was niet eerder bij ons geweest en hier recent naartoe verhuisd. Geen klachten, lenzen bevielen goed.
Een van de vragen die we standaard stellen aan mensen die voor een oogmeting komen, is of er oogziekten in de familie voorkomen. Want het kan zijn dat er familaire 'belasting' is. Een voorbeeld dat iedereen inmiddels kent is glaucoom. Maar ook bepaalde hoornvlies en netvlies aandoeningen hebben een familiaire band.
De klant melde dat zijn oma te hoge oogdruk had. Ik verzocht de jongeman zijn lenzen uit te nemen, en na een vijftal minuten in de wachtkamer, deed ik een oogdruk meting.
Uit de meting bleek niet alleen dat de oogdruk te hoog was, maar ook dat het verschil tussen het rechter en het linker oog eigenlijk ietsje boven de normaal norm was. Onderzoek van de oogzenuw toonde geen zichtbare afwijkingen aan. De oogdruk, in combinatie met het voorkomen van glaucoom in de familie, deed me besluiten ook een gezichtsveld meting te verrichten.
Bij 'vermoeden glaucoom' voeren we ons eigen 'glaucoom protocolletje' uit. We meten een paar keer de oogdruk op verschillende dagen en tijden. We gaan het netvlies inspecteren en fotograferen, en we doen een (indien nodig twee) gezichtsveldmeting.
Bij deze meneer bleek tijdens de gezichtveldmetingen een typische uitval van bepaalde netvliesdelen. De resultaten waren zo duidelijk dat we, na slechts één meting, de klant via de huisarts naar de oogarts verwezen. Terwijl deze meneer op de wachtlijst stond hebben we de gegevens aangevult met de aanvullende oogdruk metingen en een extra gezichtsveld meting.
Met deze meneer kwam het helemaal goed. Dankzij een door de oogarts voorgeschreven oogdruppel is het verslechteren van zijn gezichtsveld gestopt.
 
Geen klachten, toch naar de oogarts PDF Afdrukken E-mailadres
Een gezond ogende dame in haar zestiger jaren arriveerde in de winkel voor haar twee-jaarlijkse oogcontrole. Sinds 1996 voeren we een beleid waarbij we onze klanten elke twee jaar oproepen voor een oogcontrole. De meeste van onze klanten geven hieraan gehoor. Op deze manier verzamelen we veel gegevens van de klant. Dus, hoe was bijvoorbeeld de oogdruk, de gezichtsscherpte en de sterkte twee, vier, zes jaar geleden. Welke ontwikkeling zien we en is dit normaal of afwijkend?
De mevrouw die voor me zat had geen klachten. Ziet alles prima, bril bevalt goed. Tijdens de controle echter bemerkte ik dat haar gezichtsscherpte zo'n 15% achteruit was gegaan, in twee jaar. De controle's van eerdere data gaven een redelijk constant beeld.
Uit onderzoek bleek dat ze nauwelijks staar had, en andere afwijkingen waren ook niet aanwezig. Nadere bestudering van het hoornvlies toonde een beginnende vorm van hoornvliesdegeneratie aan. Het gevolg van dit type hoornvliesdegeneratie is dat er teveel vocht in het hoornvlies zit. Hierdoor vermindert de helderheid en kunnen allerlei klachten onststaan. De meest voorkomende vorm van deze aandoening is gelukkig goed te behandelen. Meestal kunnen mensen jaren vooruit met behulp van oogdruppels, die het hoornvlies ontvochtigen. Soms, in een verder stadium, moet een hoornvliestransplantatie worden gedaan.
Ik heb deze mevrouw uiteraard naar de oogarts gestuurd. Haast is hierbij niet echt geboden. Het is niet zo dat eerder ingrijpen erger voorkomt. Deze aandoening heeft een bepaald verloop, en daar doe je niet zoveel aan. Door, met oogdruppels, de helderheid van de hoornvliezen te verbeteren ziet de klant gewoon beter.
 
Een kinderoog is snel gevuld PDF Afdrukken E-mailadres

Een kinderoog is snel gevuld
Op een drukke koopavond om half acht meldde zich een moeder met zoon. De jongeman van acht had volgens zijn moeder af en toe wat last van wazig zien. Of ik kon kijken of zijn ogen goed waren. Het gezin was van buitenlandse afkomst en de communicatie verliep enigszins stroef. Het oogmeten van een kind beneden de tien jaar valt in het vakgebied van de orthoptist(e). Dit is een specialist in kinderogen en scheefstaande ogen.

Door speciale apparatuur en behandelmethoden kan een orthoptist veel nauwkeuriger dan een opticien of optometrist de ogen van een kind meten. Orthoptisten zitten meestal in een oogartspraktijk. Ik controleerde eerst de gezichtsscherpte van de jongeman. Ik was verwonderd dat hij niet eens de grootste koeienletter van de letterkaart kon lezen. Hij kon wel aangeven dat er een lichtje was gaan branden maar dat daarin een letter geprojecteerd werd was niet te zien.
Tijdens de oogmeting kwam ik vrij snel boven de -5.00 per oog uit. Met die sterkte zag de jongeman vrij goed.

Jonge kinderen hebben een sterk accomodatievermogen in hun ogen. Tijdens het accomoderen, hetgeen soms onvrijwillig en onopgemerkt gaat, wordt de sterkte van het oog meer plus. Dus moet de oogmeter steeds meer min glazen geven om dit te compenseren. En als de jongeling enkele momenten later de accomodatie ontspant dan kan het zijn dat er een veel te sterk glas voor het oog zit, waarop de ogen reageren door de accomodatie weer in te schakelen.

Een orthoptiste of oogarts werkt met bepaalde oogdruppels dit verschijnsel tegen. Na een drupje (meestal cyclopentholaat) in elk oog is de spier die de accomodatie veroorzaakt tijdelijk verlamd. Het oogmeten is daarna net zo zuiver als bij een volwassener persoon. Zo rond hun tiende krijgen kinderen beter grip op de accomodatie en zijn de communicatieve vaardigheden goed genoeg om door een opticien of optometrist een oogmeting te laten verrichten.

Het aanspannen van de accomodatie kun je door instructies geven en accomodatiecontroles uit te voeren tijdens de oogmeting voorkomen. Op jonge leeftijd werken deze methoden minder goed en is voor alle zekerheid een tijdelijke accomodatieverlamming noodzakelijk. En de ouders van de jongeman uit ons voorbeeld hadden niet in de gaten dat hun kind zo slecht zag. Hij ging zelfstandig op de fiets er op uit, naar school en over drukke kruispunten.

Hij zat welliswaar vrijwel in de TV maar dat doen wel meer kinderen. Op school ging het niet best, maar ook daar was het niemand opgevallen dat deze jongen het schoolbord totaal niet kon lezen, en alles dichtbij moest houden om het te zien. De jongen zelf wist niet beter, omdat het langzamerhand slechter was geworden was het hem zelf niet opgevallen.

Ik stuurde dit gezin door naar de orthoptiste en vernam later dat de sterkte -4.50 per oog moest zijn. Tijdens mijn oogmeting had hij dus 'slechts' een halve dioptrie geaccomodeerd. Een van de redenen waarom de leraren en andere omstanders niets hadden opgemerkt was te wijten aan de gebrekkige communicatie tussen dit kind en andere kinderen en leraren. Daarom was was men er van uit gegaan dat zijn schoolachterstand, schrijfachterstand en dergelijke te wijten was aan zijn taalachterstand. Men had niet gedacht dat deze jongen een bril nodig zou hebben.

De moraal van dit verhaal is dat als je als volwassene slechter gaat zien het soms al moeilijk is om dit aan te geven. Vaak gaat het geleideijk. Maar als kind heb je geen vergelijkingsmateriaal, je weet niet dat je eigenlijk beter hoort te zien dan nu.

Dus twijfelt U over de ogen van Uw kind, dan kunt U gerust bij ons binnen lopen voor een ogentest. Dit brengt aan het licht of de ogen van Uw kind goed zijn of dat er mogelijk iets aan mankeert waarmee U naar de orthoptiste of oogarts moet. En wacht niet te lang. Kinderogen ontwikkelen zich tijdens de kleuterjaren en een goede gezichtsscherpte voor elk oog is van groot belang.

 
De meneer met parkinson PDF Afdrukken E-mailadres

De meneer met parkinson
Wij hadden, toen ik net mijn 'eerste' opleiding MBO Optometrie had afgerond, een klant waar we niets meer voor konden doen. Deze meneer zag niet alleen slecht, hij had parkinson en sprak onverstaanbaar alleen wat keelklanken. Mijn moeder, die altijd in de winkel in St.Annaparochie was, kon aan zijn stemgeluid ontcijferen wat hij mogelijkerwijs wilde.

Hij belde dan wel eens voor een loep, een sterkere bril of om de bril te laten bijstellen. Mijn moeder liep dan, aan de hand van wat ze vermoedde dat hij wou, een rijtje met mogelijkheden af en aan de irritatie of opluchting in zijn stem bepaalde ze wat hij wou. Maar oogmeten ging niet meer goed. Hij kon niet lang zitten in een oogmeetstoel. Hij had een hoge sterkte waardoor de pasbril onherroeppelijk afzakte. Wat je ook probeerde, een gewone oogmeting lukte niet. Halverwege was de beste man zo moe dat je moest stoppen.

We hebben hem vaak gemeten, maar kwamen nooit op een optimaal resultaat. Tot hij met leesklachten kwam. Twee jaar daarvoor was zijn gezichtsscherpte ongeveer 40% en dit komt dicht in de buurt van de minimale gezichtsscherpte die je nodig hebt om krant te kunnen lezen. We haalden hem op van het verzorgingstehuis en mijn moeder probeerde een oogmeting.

Ze kwam op ongeveer dezelfde sterkte als zijn huidige bril, dus dat gaf geen soelaas. We brachten de beste man gedesillusioneerd naar huis.
Zaterdagavond aan de etenstafel bespraken we (we zijn met vier opticiens thuis) de afgelopen week. Moeilijke gevallen en wat je er aan kunt doen, hoe we met dit en dit geval verder zullen, welke glazen voor die en die klant het beste zijn, of de zaak in Franeker nog monturen van dat merk heeft voor de zaak in Leeuwarden. Dat soort dingen, een schat aan informatie.

Mijn moeder noemde het geval van die meneer met parkinson. Wat we er aan moesten doen. Ik was meteen enthousiast. Ik had op school net een nieuwe oogmeetmethode geleerd, genaamd skiascoperen, en dat leek mij wel wat voor deze meneer. Bij skiascoperen schijn je een bundel licht in een oog met een speciaal instrument, de skiascoop, en je kijkt hoe die bundel licht zich gedraagt in het oog. Het vereist veel oefening maar als je het onder de knie hebt dan kun je mensen die moeilijk communiseren (of de taal niet spreken) vrij goed oogmeten.

Opticiens meten altijd subjectief, dat wil zeggen middels een vraag en antwoordspel tussen klant en opticien. Dit is de zuiverste methode. Maar tijdens een vervolgstudie genaamd optometrie werd ook deze speciale oogmeetmethode geoefend. Je komt op ongeveer 95% van de meest optimale sterkte. Dit is altijd beter dan niets. Op school (in Rotterdam) hadden we op elkaar geoefend tot we er zat van werden.

Met de meneer met parkinson maakte ik een afspraak voor een oogmeting aan huis. Tijdens het skiascoperen zag ik dat zijn bril niet sterker maar aanzienlijk minder sterk moest. Normaal kom je hier bij de oogmeting en zelfs het voorgesprek wel achter, maar omdat communicatie niet goed mogelijk is ga je onherroepelijk de mist in. Toch was ik wat zenuwachtig. Het druist tegen je denkwijze in, maar ik heb toch twee nieuwe brillen voor de man gemaakt. Mijn moeder leverde de brillen een week later af met de overtuiging dat als de man niet een stuk beter zag, ze de boel wel weer zou meenemen en annuleren.

De klant pakte werkelijk het kleinste vloeipapieren psalmenboekje dat je kunt vinden en probeerde hieruit te lezen. Een grote grijns vertelde mijn moeder dat het goed was. En dat geeft veel voldoening, ik werd op de andere zaak gebeld dat we én een oud probleem hadden opgelost én een klant heel blij hadden gemaakt.


Tegenwoordig is skiascopie gemeengoed. De meeste optometristen beheersen het goed. Zelf doe ik het nog dagelijks omdat het snel is en veel informatie oplevert. En slecht sprekende, buitenlandse of geestelijk gehandicapte mensen krijgen toch een zo optimaal mogelijk gezichtsvermogen.

 
«StartVorige123VolgendeEinde»

Pagina 1 van 3

Nieuwsflits

Netvlies onderzoek
Onderzoek naar netvliesafwijkingen
Recent wordt er in de media meer aandacht besteed aan zogenaamd 'netvliesonderzoek'. Hierbij kan de klant een foto van zijn netvlies laten maken en deze laten beoordelen door een extern bedrijf. Uiteraard voeren we bij Miedema deze onderzoeken ook uit. Belangrijk is echter, dat u weet dat een foto niet het énige is dat een goede netvliescontrole verzorgt. Het is eerder één van de onderzoeken die uitgevoerd moeten worden, om de gezondheid van uw netvlies te controleren.

Uitermate belangrijk is dat u periodiek ook met een oogspiegel wordt bekeken. Dankzij de oogspiegel kan de optometrist of oogarts diepte zien en bepaalde structuren in uw netvlies, die met een 'platte foto' moeilijker te beoordelen zijn, goed bekijken. Soms lijkt alles op een foto in orde maar blijkt bij inspectie met een oogspiegel meer aan de hand te zijn. U kunt dan met een vals gevoel van veiligheid rondlopen, terwijl u eigenlijk een oogheelkundige behandeling nodig heeft. Een netvliesfoto is dus een onderdeel van een onderzoek, niet een onderzoek dat in een keer zekerheid verschaft.